Modellenwerk

Ook in het onderwijs komt het voor: systeemdenken. In de media is er de laatste tijd veel aandacht voor de toeslagenaffaire of vermeende fraude met bijstandsuitkeringen. In deze gevallen blijkt het systeem dat wij als samenleving hebben ingericht, stevige bijwerkingen te hebben. Wanneer je deze problemen probeert te vergelijken met de staat van de Nederlandse onderwijsontwikkeling, dan zijn er interessante overeenkomsten.

In mijn LOF-project “ICT leeft in ieder dorp” probeer ik verbinding te leggen tussen de rol van ICT in de samenleving en het vak informatica. Ik wil dat leerlingen zich niet alleen de grondslagen en principes eigen maken, maar ook praktisch bezig zijn in reële contexten. Ik bedoel dan niet zoiets als de 60 watermeloenen uit de realistische wiskunde – het gaat mij er niet om dat in opdrachten dingen beschreven worden die zouden kunnen gebeuren; het gaat mij erom dat leerlingen bezig zijn met de IT-problemen van hun omgeving.

De achterliggende weken ben ik met de examenklassen havo en vwo hier intensief over in gesprek geweest. Er kwamen mooie initiatieven naar voren en tientallen externe betrokkenen hebben een plekje gekregen in de eindprojecten van mijn klassen. Ik ben trost op mijn leerlingen die zo actief aan de slag zijn gegaan met het feit dat ICT leeft in ieder dorp en iedere stad. En toch kwamen er ook diverse aandachtspunten voor mij naar voren. Ik noem er twee.

Het is voor leerlingen pittig om een concrete vraag van een ondernemer te vertalen naar een goed eindproject inclusief een uitvoerbare planning. Dit betekent dat ik volgend jaar meer aandacht moet geven aan de eisen die ik aan een eindproject stel en de technieken die leerlingen moeten gebruiken om een idee op te knippen in onderdelen en aan de hand daarvan een planning te maken. Ik moet aan de slag om een model hiervoor te ontwikkelen. Een model dus…

Een leerling meldde dat hij een paar ondernemers had gesproken, maar zij beweerden alleen IT-problemen te hebben die voor een havo-5-leerling te complex zijn. Als leerling kan je dan niet zeggen: “Dat valt wel mee, laten we beginnen.” Daarom zou er een tool moeten komen die de vragen of problemen van ondernemers vertaalt naar een stappenplan waar ook een jongen of meisje van een jaar of 16 mee aan de slag kan. Weer een model dus…

Ik zie dit als een uitdaging, maar ook als een probleem. Als ik de leerlingen voor zou houden dat je elk (maatschappelijk) probleem dat een link heeft met IT kan versimpelen en oplossen met een goed model, dan is het risico van systeemdenken heel groot. Er is nog steeds veel informatie te vinden over de kansen en mogelijkheden van big data. Voor degenen die dit begrip niet kennen: met algoritmes kun je big data gebruiken om modellen te ontwikkelen die informatie bruikbaar maken voor de issues van deze tijd. En als er nu niet een groot rood licht gaat branden in je hoofd, dan heb jij een probleem!

Dit dilemma is daarom niet alleen een dilemma voor de overheid die zich de kritiek van de afgelopen tijd moet aantrekken – zoiets als “algoritmes discrimineren” – maar ook voor het onderwijs: hoe vaak gaan onderwijskundige ontwikkelingen niet uit van een (beperkend) model? En het is ook een dilemma voor mij: modellen helpen problemen te versimpelen, maar kunnen ook tot een tunnelvisie leiden. Dat moeten mijn leerlingen ook leren!

Over de blogger

John Doe

Pieter Verrips

EBVO de Passie | VO
Pieter Verrips (1971) werkt sinds 1991 in het onderwijs, eerst als docent algemeen vormende vakken in het vmbo en later als docent Nederlands, geschiedenis en muziek op diverse scholen …

Plaats een reactie

Andere blogposts