Column: Krachtige leraren vernieuwen het onderwijs

Door: Marco Snoek, lector Leren & Innoveren

Als het gaat om leren van leerlingen dan zijn leraren de belangrijkste actoren. Dat wordt breed erkend. Sinds kort worden ze echter ook gezien als belangrijke actor bij onderwijsvernieuwing. Hoewel leraren al decennialang bezig zijn met het ontwerpen van hun onderwijs, werden ze nauwelijks erkend in die rol. Onderwijsvernieuwing werd vooral gezien als een taak van het ministerie (in opdracht of met goedkeuring van de Tweede Kamer), uitbesteed aan landelijke pedagogische centra, onderzoekers, leermiddelen-ontwikkelaars en landelijke procesmanagers. We ontdekten, mede door de kritische analyse van de Parlementaire Onderzoekscommissie Onderwijsvernieuwingen (de Commissie Dijsselbloem – in 2008), dat die vorm van onderwijsvernieuwing niet zo goed werkte. Zo werd duidelijk dat het zwaartepunt voor onderwijsvernieuwing binnen de school moest liggen.

Ook dit leidde nog niet direct tot een erkenning van leraren als sleutel voor onderwijsvernieuwing. In het denken over veranderprocessen spelen mentale modellen over leiderschap een belangrijke rol. Bij onderwijsinnovatie wordt vooral gedacht aan de bestuurder of schoolleider als ‘transformatief leider’. Iemand die vanuit een expliciete visie en een duidelijke missie medewerkers inspireert, enthousiasmeert en aanzet tot verandering. Gevolg was dat onderwijsinnovaties in veel scholen vooral tot stand kwamen door schoolbreed aangestuurde innovaties, al dan niet met ondersteuning van externe onderwijsadviesbureaus.

Er was behoefte aan erkenning van leraren met lef, onderwijs- pioniers en teacher leaders

Omdat veel leraren zich zowel in de overheidsgeïnitieerde als bestuursgeïnitieerde innovaties buitenspel gezet voelden ontstond er een tegenbeweging van leraren die weer ruimte eisten om zelf vorm te kunnen geven aan onderwijsinnovatie. Die behoefte werd op verschillende manieren verwoord: er was behoefte aan erkenning van ‘leraren met lef’, ‘onderwijspioniers’ en ‘teacher leaders’. In al die termen zit de behoefte van leraren om (weer opnieuw) erkend te worden als sleutelactoren in onderwijsvernieuwing. Daarmee is de beweging rond teacher leaders te beschouwen als een emancipatoire beweging, gericht op een herwaardering van het beroep van leraar. Langzamerhand kwam het besef dat zo’n emancipatiebeweging niet alleen van overheid en schoolleiders vraagt om meer ruimte voor leraren te maken, maar dat voor een nieuwe rol van de leraar ook de condities aanwezig moeten zijn. Die condities hebben betrekking op zaken zoals tijd om te ontwikkelen, maar ook op lastiger te benoemen dingen zoals erkenning en waardering en de noodzaak om het isolement dat veel leraren in hun werk ervaren te doorbreken. En tenslotte hebben die condities betrekking op competenties en kwaliteiten die leraren nodig hebben.

Al zo’n 1000 leraren zijn erkend in hun innovatieve vermogen

LOF (en zijn voorganger Onderwijs Pioniers) doet een poging om in die condities te voorzien: het nodigt leraren uit om met innovatieve ideeën te komen, biedt tijd en geld voor ontwikkeling, brengt innoverende leraren bij elkaar en ondersteunt bij het uitwerken van de innovatie en bij het oefenen in nieuwe rollen als teacher leader. Met de aanvragen voor Onderwijs Pioniers en LOF zijn zo’n 1000 leraren erkend in hun innovatieve vermogen. Erkenning en waardering voor de sleutelrol van de leraar in onderwijsvernieuwing.

Wanneer we LOF en concepten als teacher leadership bekijken vanuit het perspectief van onderwijsinnovatie, dan is – in het licht van de complexiteit van de samenleving en van de vraagstukken die op ons afkomen – de inzet van alle leraren nodig om binnen school antwoorden te vinden op vraagstukken van diversiteit, gelijke kansen, uitsluiting, radicalisering, etc. Vanuit dat perspectief is leiderschap van leraren niet een kwestie van een persoonlijke keuze of je je als docent daar wel of niet toe aangesproken voelt, maar een noodzaak voor elk docententeam om gezamenlijk leerlingen de best mogelijke ondersteuning in hun ontwikkeling te bieden. Dan is pionierschap een onlosmakelijk onderdeel van het beroep van leraar en daarmee dus van iedere leraar. Dat betekent dat er nog vele LOF-lichtingen nodig zijn, ondersteund vanuit de overheid, vanuit schoolbesturen of vanuit LOF-leraren die rolmodellen en ondersteuners zijn voor hun collega’s. LOF, Onderwijs Pioniers en andere initiatieven die bijdragen aan het leiderschap en pionierschap van leraren zijn dan slechts een begin van een fundamentele herdefiniëring van het beroep van leraar.

Marco Snoek is sinds 2003 als lector Leren & Innoveren verbonden aan het Kenniscentrum Onderwijs en Opvoeding van de Hogeschool van Amsterdam.

Marco_Snoek_LOF