De week van… LOF-onderzoeker Robert-Jan Gruijthuijzen

Robert-Jan Gruijthuijzen is sinds 2016 een van de leraar-onderzoekers van de LOF-onderzoeksgroep. Samen met vijf andere leraren doet hij onderzoek naar de opbrengsten van LOF en welke factoren krachtig leraarschap stimuleren. Als docent filosofie geeft hij les aan het Udens College. Zijn school stimuleert zijn onderzoekende vaardigheden, niet alleen via LOF maar ook door deelname aan het congres van Eapril, de Europese vereniging van praktijkonderzoekers voor onderwijsontwikkeling. In deze blog neemt hij je mee op zijn reis naar het meest recente Eapril congres in Estland.

Maandag: In de beperking schuilt de meester

Hoewel het congres pas woensdag begint, ben ik afgelopen weekend met mijn collega Leonie Reinen naar Tartu in Estland afgereisd. Samen maken we een tussenstop in Sint Petersburg en bezoeken we het beroemde Hermitage museum. Het is ontroerend om te zien hoe tientallen groepjes kleine kinderen met dolenthousiaste leraren, zonder afgeleid te worden, urenlang van de ene plek naar de andere plek lopen om vervolgens de ene mooie vraag na de andere te stellen. Ik vraag mij af of deze kinderen beperkt worden en in hoeverre deze beperkingen aanzetten tot denken en het samen oefenen in het stellen van de juiste vragen.

De komende dagen wil ik, geïnspireerd door deze prachtige ervaring, mezelf de vrijheid gunnen op zoek te gaan naar verrijkend onderwijsonderzoek als voeding voor de persoonlijke, contextuele en ontwikkelingsgerichte beperkingen in en rondom het onderwijs.En hoe deze beperkingen ruimte en tijd kunnen vrijmaken voor meesterschap.

Dinsdag: Wil je ver gaan, ga alleen. Wil je ver komen, ga samen

Kennis uitwisselen staat centraal bij mijn werk voor LOF en ook deze studiereis draait om kennis uitwisselen. Donderdagochtend presenteer ik namens het LOF drie jaar onderzoek naar het LOF. Tijdens mijn presentatie ga ik in op de uitkomsten van de monitor en deelonderzoeken naar netwerken en duurzame implementatie.

Innovatieve netwerken leveren een positieve bijdragen aan onderwijsontwikkeling. Leraren die nieuwe ideeën de school in willen brengen, hebben een voorsprong wanneer ze gebruik maken van een schooloverstijgend netwerk met contacten die ze voorzien van middelen, support en kennis. Met name leraren met een initiatief op klasniveau en schooloverstijgend niveau blijken bredere netwerken in te zetten voor de realisatie van hun initiatief. Ik ben nieuwsgierig naar wat de bevindingen van andere praktijkonderzoekers zijn.

Woensdag:  Werk is een slice van je leven, niet de gehele pizza

Vandaag is de Eapril-conferentie begonnen. Prof. Dr. Äli Leijens geeft de eerste keynote speech over “Practitioner agency… Why and how we should support it in professional settings”. Met haar voordracht begint onze zoektocht naar het centrale thema van deze week:  “Meaningful learning in different settings”.

Aan het einde van de dag maak ik met Leonie een wandeling door de stad. We komen uiteindelijk terecht ergens in the middle nowhere bij Pizzabakker Riko. Riko zit in het laatste jaar van het gymnasium en behoorde tot de beste leerlingen van zijn klas. We discussiëren twee uur lang over onderwijs, Estland, en het nobele feit dat hij graag leraar wilde worden om het onderwijs te gaan veranderen. Van een meer traditionele onderwijsvorm waarbij leerlingen tot wel 6 uur per week wiskunde krijgen, naar een meer eigentijdse vorm van onderwijs. Ik ben blij dat we Riko zijn tegengekomen. Misschien moet ik meer in gesprek gaan met mijn collega’s en met leerlingen. Op zoek naar pizzabakkers die voor mij hun slices aansnijden, maar die zelf de gehele pizza representeren. Een pizza met slices die ik nog niet ken. Dit vraagt van mij interesse in de ander. Onze ontmoeting met Riko was tot nu toe het hoogtepunt van de reis: een uniek moment! Misschien toch maar eens een cursus pizzabakken gaan volgen ?.

 

Donderdag: The owls are not what they seem

Vanmorgen heb ik inzichten uit drie jaar onderzoek naar het LOF gepresenteerd. In gesprek met uiteenlopende internationale bezoekers van de presentatie, kom ik tot de conclusie hoe noodzakelijk en uniek het is om de leraar centraal te stellen in een tijd waarin alles om de leerling draait.

Het mooiste compliment van vandaag komt van Arie Derks, Eapril-deelnemer en oud-collega van het Fioretti College in Veghel. Arie geeft les in het praktijkonderwijs en is oud-deelnemer van LOF. Hij vertelt vol overtuiging hoe fijn het is om op basis van vertrouwen budget te kunnen inzetten om samen met collega’s een netwerk-vraagstuk voor de school op te pakken. LOF is voor hem een van de redenen waarom hij een master Leren en Innoveren is gaan doen. Hoe geweldig is het, dat leraren die via het LOF vertrouwen ervaren, vraagstukken oppakken en nieuwe studies aangrijpen?

En wat denk ik dan? Geef leraren de ruimte om leraar te zijn. Behoud in onderwijsland dat ene kleine plekje waarbij de leraar het centrale punt is. Een aantal internationale bezoekers hoopt vandaag met mij, dat het LOF, in ieder geval de essentie van het LOF zoals ik deze hier heb geprobeerd te schetsen, dan ook blijft bestaan. Waar in de wereld vind je zoiets unieks als het LOF?  Het is er! Koester het! Het lijkt allemaal zo logisch en wijs… maar “the owls are not what they seem”.

Vrijdag: We zijn voor onszelf weer een vraag geworden

De laatste keynote van de Eapril-conferentie door Prof. Dr. David Gijbels gaat over manieren “to grasp learning”. Als docent hoor ik tegenwoordig heel erg veel over coaching, leerdoelen, gepersonaliseerd leren, etc. etc., waarbij de leraar een coachende rol inneemt. Hij of zij stelt lerende vragen zodat deze leerling met behulp van het beantwoorden van deze vragen inzicht krijgt in zichzelf. Maar in welke mate kunnen mensen die iets leren zich herinneren hoe zij iets hebben geleerd? En zijn zij bewust over hoe zij iets leren? Dat dilemma geldt voor alle lerenden, niet alleen voor leerlingen en studenten, maar dus ook voor leraren die zichzelf ontwikkelen.

Gijbels is op zoek gegaan naar een nieuw instrument waarmee  het niet meer nodig is dat de vragen beantwoord worden door de lerende. Wanneer de lerende leert, wordt deze in een app gemeten en gefilmd. Men kan namelijk de ogen volgen op het blad met een camera. Deze data kan hij vervolgens categoriseren. analyseren, vergelijken en gebruiken in gesprek met de lerende. Op deze manier worden de leraar en de lerende voor elkaar, maar ook voor zichzelf een vraag. Het gaat niet om de antwoorden, maar om de nieuwe vragen die samen gesteld worden aan de hand van de door data gegenereerde antwoorden.

Ik denk dat het oefenen in het stellen van de juiste vragen en het ontwikkelen van data-analyse skills een van de belangrijkste elementen zijn voor meaningful onderwijs in de toekomst. En laat nu net volgend jaar voor het thema onderwijs en technologie te zijn gekozen… Een logische keuze die past bij de eeuw waarin we ons nu begeven. In een eeuw, waarin betekenis meer dan ook van belang is.

Robert-Jan Gruijthuijzen
Leraar-onderzoeker van de LOF-onderzoeksgroep